Literatuur

[1] Om de visie vanuit Zeeuwse Gronden op goede zorg weer te geven, kozen we als titel ‘de tijd die nodig is’. Pas later kwam ik erachter dat dit ook de titel was van een roman van mijn favoriete Deense schrijvers Jens Christian Grondahl (2008) De tijd die nodig is. Dat boek lag ongeveer een jaar op mijn nachtkastje – maar op het moment dat we voor deze titel kozen realiseerde ik me niet, waar ik die eigenlijk vandaan had gehaald. Nu dan alsnog de juiste referentie.

[2] Henri Bergson Introduction á la métaphysique (1903) origineel gepubliceerd in Revue de Métaphysique et de Morale. Nederlandse vertaling:

Inleiding tot de metaphysica (1928). ‘Gravenhage: Leopold

[3] Bergson, H. Evolution creatrice. (1907).

Ik verwijs naar de Engelstalige editie, Creative evolution heruitgave door Bibliolife (zj) van oudere Engelse edities (1911/1944) – “Doubtless we think with with only a small part of our past, but it is with our entire past, including the original bent of our soul, that we desire, will and act.

[4] Zie hiervoor Joke Hermsen (2009) Stil de tijd. Amsterdam: Arbeiderspers.

“Bergson was ervan overtuigd dat de klassieke fysica, zoals deze zich sinds Newton op causaal-mechanistische wijze ontwikkeld had, de mens vervreemd had van zichzelf en een werkelijk begrip van de wereld om hem heen in de weg stond.” (p. 41).

Genoemd boek van Joke Hermsen dat ik in de zomer van 2010 tegenkwam heeft me zeer geïnspireerd in het denken over de betekenis van tijd. Een aanrader.

[5] Creative evolution, p 8, “conscioussness cannot go through the same state twice.”

[6] Inleiding tot de metaphysica, p. 12

[7] Idem.

[8] Douwe Draaisma (2008) De heimweefabriek. Groningen: De historische uitgeverij.

[9] Zie ook, Douwe Draaisma (2008 / 2001) Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt. Groningen: Historische uitgeverij. Ik citeer uit het hoofdstuk Reminiscenties. Het duidelijkst zichtbaar is het effect bij tachtig en honderdjarigen, die een hoogtepunt aan herinneringen ophalen uit de periode toen zij ongeveer tussen de 15 en 25 jaar oud waren. (Bij de honderdjarigen schuift de bubbel nog iets meer naar de 30). Het hoogtepunt aan herinneringen ligt rond de 20 jaar. Deze top aan herinneringen is ‘nog afwezig bij de veertigers, begint aarzelend bij de vijftigers en wordt duidelijk zichtbaar bij de zestigers.’ (p. 197).

[10] Voorbeelden uit De Heimweefabriek, hoofdstuk Reminiscenties.

[11] Karl Mannheim (1928) Das Problem der Generationen. Zie ook Waarom het leven sneller gaat, p. 197.

[12] Detlef Petry (1997) De ontmaskering. Utrecht: SWP.

[13] Bleuer, M. (1972) Die schizophrenen Geistesstörungen im Lichte langjähriger Kranken- und Familiengeschichten. Stuttgart: Thieme.

Ciompi, L. & Müller, C. (1976) Lebensweg und Alter der Schizophrenen Eine katamnestische Langzeitstudie bis ins Senium. Berlin – Heidelberg – New York: Springer.

Huber, G., Gross, G., & Schüttler, R. (1979) Schizophrenie. Verlaufs- und sozialpsychiatrische Langzeituntersuchungen an den 1945 – 1959 in Bonn hospitalisierten schizophrenen Kranken. Heidelberg – New York: Springer.

[14] Luc Ciompi und Hans-Peter Dauwaulder (Hgb) (1990) Zeit und Psychiatrie. Bern: Hans Huber.

Ik citeer uit het eerste hoofdstuk: Luc Ciompi: Zehn Thesen zum Thema Zeit in der Psychiatrie.

[15] Bleuer, M. (1972) Die schizophrenen Geistesstörungen im Lichte langjähriger Kranken- und Familiengeschichten. Stuttgart: Thieme. (p. 554)

[16] Luc Ciompi: Zehn Thesen zum Thema Zeit in der Psychiatrie. (p.20)

[17] Zie eerdere publicatie van mij op dit gebied. Referenties zijn onder andere terug te vinden in het bestuursdocument De tijd die nodig is.